17/08/2018
Hoe een pannenkoekenbakker de belangrijkste klant van zijn werkgever wilde inpikken:
Een ondernemer met een aantal mobiele kramen, bakt met name op locatie voor opdrachtgevers pannenkoeken en poffertjes.
De ondernemer had daarvoor een zeer ervaren kok in dienst. Deze kok was de beste poffertjes -en pannenkoekenbakker die dit bedrijf ooit in dienst had gehad.
De ondernemer was zeer tevreden over deze kok en betaalde hem dan ook riant voor zijn werkzaamheden.
Tussen de kok en de werkgever waren inmiddels drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aangegaan. De werkgever wilde met deze kok aansluitend graag een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangaan.
In de arbeidsovereenkomst met de kok was het volgende non-concurrentiebeding opgenomen.
“Gezien de interne opleiding en tijd die wij in u investeren, is het de werknemer verboden om binnen een periode van 24 maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst soortgelijke werkzaamheden uit te voeren bij klanten en/of markten van werkgever in binnen – en buitenland-”
Kort na het verstrijken van de derde arbeidsovereenkomst, komt de ondernemer erachter dat deze kok een eenmanszaak heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en een van zijn belangrijkste opdrachtgevers heeft benaderd en heeft voorgesteld om voor een lagere prijs dan werkgever en ook met een mobiele kar, pannenkoeken en poffertjes op locatie te bakken.
Als de werkgever deze opdrachtgever zou verliezen, zou hem dat ongeveer de helft van zijn omzet schelen en zou een en ander ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid binnen zijn bedrijf.
De werkgever heeft zijn kok op deze onrechtmatige actie aangesproken. De kok ontkende in eerste instantie, maar omdat de werkgever van zijn opdrachtgever keihard schriftelijk bewijs in handen had, namelijk het betreffende voorstel van de kok, gaf de kok het uiteindelijk toe maar verdedigde zich met de stellingen:
(1) dat het non-concurrentiebeding niet geldig was omdat een dergelijk non-concurrentiebeding niet opgenomen mag worden in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en
(2) het non- concurrentiebeding de kok pas na het eindigen van de arbeidsovereenkomst zou verbieden soortgelijke werkzaamheden te verrichten.
Op advies van zijn advocaat, ontslaat de werkgever de kok op staande voet.
De kok komt vervolgens tegen zijn ontslag op door een procedure te beginnen bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt echter dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. De kantonrechter overweegt daarbij:
“De handelwijze van de kok wordt aangemerkt als een zodanige ernstige schending van de op hem rustende verplichting zich jegens zijn werkgever als goed werknemer te gedragen en daarmee als een dermate ernstige inbreuk op het vertrouwen dat de werkgever in hem moest kunnen stellen, dat van de werkgever in redelijkheid niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst langer te laten voortduren.”
De werkgever heeft in deze zaak geluk gehad en heeft het onrechtmatige gedrag van de kok kunnen pareren met de algemene verplichting van de werknemer om zich tegenover zijn werkgever als “goed werknemer te gedragen”, ondanks een aantal bepalingen in de arbeidsovereenkomst die rammelden. Het was beter geweest als de werkgever in deze arbeidsovereenkomst een geheimhoudingsbeding en een verbod om nevenwerkzaamheden te verrichten, had opgenomen.
Inmiddels heeft de werkgever op advies van de advocaat al zijn arbeidsovereenkomsten laten aanpassen.
Moraal van het verhaal?
Zorg als werkgever dat u met de juiste arbeidsovereenkomsten werkt. Zijn uw arbeidsovereenkomsten wel up to date en bestand tegen werknemers met snode plannen? Zeker nu de economie weer lekker draait, zie ik in mijn advocatenpraktijk weer steeds meer werknemers die graag voor zichzelf willen beginnen. En wat is er eenvoudiger dan een vliegende start te maken met het klantenbestand van je werkgever!