16/05/2026
Afgelopen 7 februari werd ik vijftig.
Een leeftijd waarop je misschien wat vaker terugkijkt.
Op wie je was.
Op wat je hebt opgebouwd.
Op de mensen die met je meelopen.
Maar dit jaar bracht ook iets anders.
Ik heb na mijn vijftigste al twee mooie mensen begraven.
Twee mensen met wie liefde, herinneringen, gesprekken, stiltes en gewone momenten verbonden waren.
En dan voel je opnieuw hoe kwetsbaar het leven is. Hoe weinig vanzelfsprekend. Hoe dun soms de lijn is tussen “tot snel” en “nooit meer”.
Rouw leert je niet alleen iets over verlies.
Rouw leert je ook iets over liefde.
Dat liefde niet stopt waar iemands leven eindigt.
Dat iemand kan verdwijnen uit je dagelijks bestaan, maar niet uit je binnenwereld.
Dat je verder leeft, niet omdat het gemis kleiner wordt, maar omdat de liefde een andere plek krijgt.
Ik moest denken aan de woorden uit "After I Pass Away" van .
Aan het verlangen dat mensen niet alleen blijven hangen in verdriet, maar blijven leven. Blijven voelen. Blijven liefhebben. Blijven zien wat er nog is.
Misschien is dat wel de opdracht na verlies.
Niet om iemand los te laten alsof diegene er niet meer toe doet.
Maar om anders vast te houden.
In herinneringen.
In kleine rituelen.
In zinnen die je nog hoort.
In keuzes die je maakt omdat je weet wat echt belangrijk is.
Na je vijftigste weet ik inmiddels: het leven wacht niet.
Liefde moet je uitspreken.
Aandacht moet je geven.
Tijd moet je niet alleen plannen, maar ook nemen.
Voor de mensen die er nog zijn.
Voor jezelf.
En misschien ook een beetje voor de mensen die je moest laten gaan.
Want wie geliefd is geweest, verdwijnt niet zomaar.
Die leeft verder.
In ons hart.
In ons handelen.
In de liefde die achterblijft.
❤️