05/11/2024
"Als jullie inloop sluit, vallen er doden," waarschuwde een hulpverlener toen we onze huisvestingsproblemen bespraken. Deze woorden kwamen binnen, maar we vonden het moeilijk ze ons volledig eigen te maken. Doden? Omdat we geen koffie schenken of de do**he een paar weken niet kunnen aanbieden?
Nu zijn we een paar dagen verder zonder pand, zonder do**he, zonder warmte. Vanuit onze aanhanger bieden we wat we kunnen, met goede bedoelingen, maar ook met gemiste kansen. De beenwond van een van onze bezoekers verergert en een do**he zou geen overbodige luxe zijn. Natuurlijk kan de verpleegkundige op de parkeerplaats wat zorg bieden, maar naast de pijn heeft de man ook schaamte, en die vraagt om een plek met privacy.
En dat blauwe oog van een andere bezoeker – we zouden graag praten over wat er is gebeurd, maar een veilige, warme plek om echt contact te maken ontbreekt. Wanneer een medewerker van Barka aanbiedt om langs te komen om een paar Poolse bezoekers te spreken, voelen we die gemiste kans. Want er is geen inloop om hen te ontmoeten en in alle rust in gesprek te gaan. En juist in zo’n gesprek kunnen we begrijpen wat deze mensen écht nodig hebben om hun situatie te verbeteren.
De jongen met zijn slippers en verergerende hoest? We kunnen hem slechts een kopje koffie en een broodje bieden. Voor elk probleem is wel een oplossing, maar die brengt vaak een drempel mee: vervoer, schaamte, de afstand.
We zijn dankbaar voor wat we nog kunnen doen, maar elke dag voelen we dat het niet genoeg is. Er zijn gelukkig nog geen doden gevallen, maar er sterft wel iets.